Gezond en veilig werken
De arbocatalogus van de GGZ

Niet-cliëntgebonden biologische risico’s

In de zorg ligt de nadruk wat betreft biologische risico’s op infectiepreventie voor ziektes die van mens naar mens over gaan. Er zijn ook risico’s die gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken en niet met de cliënt te maken hebben. Met een aantal voorzorgsmaatregelen ben je beschermd.

Niet cliëntgebonden risico’s

In het onderdeel ‘Prikaccident e.a. incidenten’ staan tips over hoe te handelen als je in contact komt met besmet cliëntmateriaal. In dit deel ‘niet-cliëntgebonden’ bekijken we de andere biologische risicobronnen. Zie ook ‘Infectieziektes voorkomen’.

Legionella

In water van de douche, whirlpools, fonteinen, de tuinslang en technische installaties kan legionella groeien. Vooral als het water lang stilstaat. Adem geen nevel van dat water in! Sta je toch in de waternevel (koeltoren, zuivering), gebruik dan adembescherming klasse FFP3.

Laat ‘oud’ water eerst weglopen. Eén keer spoelen is niet genoeg! Legionella komt snel terug als je geen passende maatregelen neemt. Stem legionellamaatregelen af met de TD.

Werk aan afvoer en riool

In het riool of de afvoer kunnen nog besmettelijke restanten aanwezig zijn. Hoe dichter het bij gebruikte toiletten is, des te groter het risico. Gebruik bij dat werk altijd handschoenen en opperste hygiëne.

Dieren

Een beet van paard of hond, gekrabd worden, een teek, een bijensteek, alledaags risico? Als het dier een ziekte bij zich draagt of je bent overgevoelig, dan kan het mis gaan. Weet wat je moet doen en op welke verschijnselen je alert moet zijn. Neem de volgende tips in acht:

  • Vermijd contact met dieren die ziekteverschijnselen vertonen. Vermijd stofvorming (nat maken) en gebruik een mondmasker van minimaal FFP2 (bij specifieke ziektes FFP3) bij het schoonmaken van dierenverblijven.
  • Muizen, ratten en ander ongedierte vervuilen voorwerpen, water en grond met besmettelijk materiaal (o.a. leptospirose, ziekte van Weil). Gebruik handschoenen, dek de huid/wondjes af. En denk aan de hygiëne!

Voedingswaren

Via besmette voedingsmiddelen kun je zelf ziek worden of cliënten besmetten. Dit beheers je via de keukenhygiëne. Volg die regels. Ben je zelf niet lekker (misselijk, diarree, hoofdpijn), meld dat meteen en stop met werken met voeding.

Planten en compost

Planten kunnen allergene en giftige stoffen bevatten. Dat kan tot huidreacties en kortademigheid leiden. Op dode planten en compost groeien bacteriën en schimmels die longproblemen kunnen veroorzaken. Ga stofvorming tegen (nat houden) en draag een FFP2 masker. Werk slim, houd rekening met de windrichting.

Niet-cliëntgebonden risico’s

In het onderdeel ‘Prikaccident e.a. incidenten’ staan tips over hoe te handelen als je in contact komt met besmet cliëntmateriaal. In dit deel ‘niet-cliëntgebonden’ bekijken we de andere biologische risico-bronnen. 

Legionella

In water van de douche, whirlpools, fonteinen, de tuinslang en technische installaties kan legionella groeien. Vooral als het water lang stilstaat. Adem geen nevel van dat water in. Sta je toch in de waternevel (koeltoren, zuivering) gebruik dan adembescherming klasse FFP3.

Laat ‘oud’ water eerst weglopen. Eén keer spoelen is niet genoeg! Legionella is snel terug als je geen passende maatregelen neemt. Stem legionellamaatregelen af met de TD.

Werk aan afvoer en riool

In het riool of de afvoer kunnen besmettelijke restanten aanwezig zijn. Hoe dichter het bij gebruikte toiletten is, des te groter het risico. Gebruik bij dat werk altijd handschoenen en opperste hygiëne.

Dieren

Een beet van paard of hond, gekrabd worden, een teek, een bijensteek, een alledaags risico? Als het dier een ziekte bij zich draagt of je bent overgevoelig, dan kan het mis gaan. Weet wat jullie moeten doen en ken de verschijnselen waar jullie alert op moet zijn.

Neem de volgende tips in acht:

  • Vermijd contact met dieren die ziekteverschijnselen vertonen.
  • Vermijd stofvorming (nat maken) en gebruik een mondmasker van minimaal FFP2 (bij specifieke ziektes FFP3) bij het schoonmaken van dierenverblijven.
  • Muizen, ratten en ander ongedierte vervuilen voorwerpen, water en grond met besmettelijk materiaal (o.a. leptospirose, ziekte van Weil). Gebruik handschoenen, dek de huid/wondjes af. En denk aan de hygiëne!

Voedingswaren

Via besmette voedingsmiddelen kun je zelf ziek worden of cliënten besmetten. Dit beheersen jullie via de keukenhygiëne. Volg die regels. Wordt iemand niet lekker (misselijk, diarree, hoofdpijn), meld dat meteen en laat diegene stoppen met werken met voeding.

Planten en compost

Planten kunnen allergene en giftige stoffen bevatten. Dat kan tot huidreacties en kortademigheid leiden. Op dode planten en compost groeien bacteriën en schimmels die longproblemen kunnen veroorzaken. Ga stofvorming tegen (nat houden) en draag een FFP2 masker. Werk slim, hou rekening met de windrichting.

Maatregelen ter preventie

Naast infectierisico’s die samenhangen met het werken met cliënten, zijn er nog andere werkzaamheden die voor een infectieziekte kunnen zorgen. Die bekijk je in de Risico-Inventarisatie & -Evaluatie (RI&E) en aanvullende RI&E biologische agentia. Vanuit die RI&E bepaal je voor welke functies en werkzaamheden maatregelen te nemen zijn.

De volgende punten zijn belangrijk om ten minste te regelen:

  • Opstellen RI&E en aanvullende RI&E biologische agentia ook voor niet cliëntgebonden functies.
  • Laat een legionellarisicoanalyse uitvoeren. Stel indien nodig een legionellabeheersplan op (inclusief technische aanpassingen in de installatie, doorspoelregime en periodieke monstername).
  • Werkinstructies voor veilige werkwijzen bij risicowerkzaamheden (bijvoorbeeld dieren, riool, afval, schoonmaak- en desinfectiewerkzaamheden).
  • Beschikbaarheid van hygiënische voorzieningen en middelen.
  • Verstrekken, onderhoud en beheer van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Geef medewerkers voorlichting over risico’s van biologische agentia, het herkennen van ziekteverschijnselen, hulp vragen bij incidenten, instructie over hygiëne en overige beschermingsmaatregelen, waaronder vaccinatie.
  • Protocol inzake zwangerschap, borstvoeding en blootstelling aan biologische agentia.
  • Beleid inzake aanbieden en follow-up van vaccinatie.
  • Regel met de bedrijfsarts het vastleggen van gezondheidseffecten die de werknemers als gevolg van blootstelling aan biologische agentia ondervinden of kunnen ondervinden.
  • Neem in de incidentenregistratie en -incidentenanalyse ook incidenten met (risico op) besmetting op.