Gezond en veilig werken
De arbocatalogus van de GGZ

Informatie & beleid

Het thema ‘Gevaarlijke stoffen’ omvat een breed aandachtsgebied. Werken met stoffen is geen kerntaak in de ggz. Er is wel een aantal risico’s waar aandacht voor nodig is. Dat geldt voor zowel cliëntgebonden als niet-cliëntgebonden werkzaamheden en voor bescherming van cliënten.

Op zoek naar meer informatie?

Binnen de andere onderdelen van het thema ‘gevaarlijke stoffen’ kun je veel te weten komen over de risico’s en de maatregelen om je te beschermen tegen gevaarlijke stoffen. Maar wat als je daar niet de informatie vindt die je zoekt?

Interne deskundigen

Op de eerste plaats is er binnen jouw organisatie een preventiemedewerker aangewezen en misschien ook wel een arbocoördinator of andere specialist beschikbaar. Op het gebied van stoffen is de arbeidshygiënist de specialist als het gaat om gezondheidsrisico’s. De veiligheidskundige moet je hebben voor antwooren op vragen over brand- en explosierisico’s en andere ongevallen met gevaarlijke stoffen.

Externe deskundigen

Misschien werkt er binnen jouw organisatie een bedrijfsarts, maar meestal is dat een extern persoon. In het contract met de arbodienst of de zelfstandige bedrijfsarts is geregeld dat je altijd informatie kunt vragen, ook als je niet ziek bent. Bij de arbodienst vind je ook de eerdergenoemde specialisten op het gebied van gevaarlijke stoffen.

Arbocatalogus andere sectoren en Arboportaal

Zoek je liever eerst zelf informatie? Op Arboportaal.nl, een website van de overheid, vind je informatie over alle arbothema’s. Zoek je heel specifieke informatie over bepaalde stoffen of werkzaamheden met stoffen, dan kun je vaak ook in arbocatalogi van andere sectoren het nodige vinden. Die zijn openbaar en voor iedereen te vinden via Google.. Zoek naar een sector waar het werk of de stof waarnaar je zoekt tot het dagelijks werk hoort. Niet iedere sector heeft gevaarlijke stoffen als thema in de arbocatalogus.

Verplichte informatie van jouw organisatie

Jouw organisatie is verplicht om voorlichting en instructie te geven over risico’s en veilig werken met gevaarlijke stoffen. Op de werkplek waar gevaarlijke stoffen gebruikt worden zijn als het goed is in ieder geval veiligheidsinformatiebladen beschikbaar over de producten. Daar vind je alvast de basisinformatie. Heb je geen informatie ter beschikking, vraag er dan om bij je collega’s, je leidinggevende of de preventiemedewerker van jouw organisatie.

Op zoek naar meer informatie?

Binnen de andere onderdelen van het thema ‘Gevaarlijke stoffen’ kunnen jullie veel te weten komen over de risico’s van en de beschermende maatregelen tegen gevaarlijke stoffen. Maar wat als je daar niet de informatie vindt die je zoekt?

Interne deskundigen

Op de eerste plaats is er binnen jullie organisatie een preventiemedewerker aangewezen en misschien ook wel een arbocoördinator of andere specialist beschikbaar. Op het gebied van stoffen is de arbeidshygiënist de specialist als het gaat om gezondheidsrisico’s. De veiligheidskundige moet je hebben voor antwoorden op vragen over brand- en explosierisico’s en andere ongevallen met gevaarlijke stoffen.

Externe deskundigen

Binnen de organisatie is een bedrijfsarts beschikbaar, meestal een externe. In het contract met de arbodienst of de zelfstandige bedrijfsarts is geregeld dat je altijd informatie kunt vragen, ook als je niet ziek bent. Bij de arbodienst vind je ook de eerdergenoemde specialisten op het gebied van gevaarlijke stoffen.

Arbocatalogus andere sectoren en Arboportaal

Zoeken jullie liever eerst zelf informatie? Op Arboportaal.nl, een website van de overheid, is over alle arbothema’s informatie te vinden. Zoek je heel specifieke informatie over bepaalde stoffen of werkzaamheden met stoffen, dan kun je die vaak ook in arbocatalogi van andere sectoren vinden. Die zijn openbaar en voor iedereen te vinden via Google. Zoek naar een sector waar het werk of de stof waarnaar je  zoekt tot het dagelijks werk hoort. Niet iedere sector heeft gevaarlijke stoffen als thema in de arbocatalogus.

Verplichte informatie van jouw organisatie

Jullie organisatie is verplicht om voorlichting en instructie te geven over risico’s en veilig werken met gevaarlijke stoffen. Op de werkplek waar gevaarlijke stoffen gebruikt worden zijn in ieder geval veiligheidsinformatiebladen beschikbaar over de producten. Daar vinden jullie alvast de basisinformatie. Op de website van de leverancier kun je vaak ook veiligheidsinformatiebladen vinden. Hebben jullie geen informatie ter beschikking, vraag er dan om bij collega’s, je leidinggevende of de preventiemedewerker van jullie organisatie.

Stel een stoffenbeleid op

Werken met stoffen is geen kerntaak in de ggz. Er zijn zeker wel risico’s. Dat geldt voor zowel cliëntgebonden als niet-cliëntgebonden werkzaamheden. Als cliënten werk aangeboden krijgen dan is ook daarvoor stoffenbeleid nodig.

De volgende punten zijn belangrijk om ten minste te regelen:

  • Bepaal in de risico- inventarisatie en -evaluatie (RI&E) waar met welke stoffen gewerkt wordt en waar gevaarlijke stoffen in het werk (kunnen) ontstaan (uitlaatgas, roken, boren, slijpen etc.). Ook in de dagbesteding.
  • Maak een register van gevaarlijke stoffen met een aanvullende registratie voor CMR (registratie van kankerverwekkende en mutagene stoffen en van reprotoxische stoffen, zie downloads). a. werken met desinfectie-alcohol (ethanol) en cytostatica of cliënten die recentelijk cytostatica kregen toegediend, hoort hierbij.
  • Maak blootstellingsbeoordelingen en bepaal welke maatregelen nodig zijn (veilige werkwijzen). Bepaal deze volgens de arbeidshygiënische strategie:
    • Voorkom en beperk het gebruik van gevaarlijke stoffen zo veel mogelijk.
    • Gebruik waar mogelijk minder schadelijke alternatieven.
    • Voorkom of verminder het vrijkomen van stoffen door maatregelen te nemen aan de bron.
    • Voorkom of verminder de belasting van de medewerker door maatregelen die verspreiding of contact met het product tegengaan (afzuiging, ventilatie, afscherming).
    • Stel zo min mogelijk medewerkers bloot en maak de tijd dat medewerkers worden blootgesteld zo kort mogelijk.
    • Verstrek doeltreffende persoonlijke beschermingsmiddelen (ook aan cliënten en derden).
  • Leg specifieke instructies vast voor bescherming van kwetsbare groepen (jeugdigen, zwangerschap).
  • Maak specifieke werkinstructies voor werksituaties met risico’s (veilige werkwijzen), verstrek specifieke werkplekinstructiekaarten.
  • Bepaal hoe en waar stoffen veilig worden opgeslagen.
  • Geef voorlichting en instructie over veilig werken met de stoffen en bepaal hoe hier toezicht op wordt gehouden.
  • Zorg dat BHV’ers weten hoe om te gaan met incidenten encalamiteiten met de gebruikte stoffen (waaronder zuurstofcilinders).

Borging: bepaal hoe bewaakt en geëvalueerd wordt of stoffenrisico’s goed beheerst en teruggedrongen worden.