Gezond en veilig werken
De arbocatalogus van de GGZ

Brandveiligheid

Als er brandpreventieve maatregelen worden genomen, is de kans dat er een brand ontstaat kleiner. Dit bestaat uit brandveilige inrichting en brandveilig gedrag. Deels een rol voor de organisatie en deels voor het team en medewerker.

Ken de risico’s

In de RI&E en in het bedrijfsnoodplan/BHV-plan heeft de organisatie in kaart gebracht welke noodsituaties kunnen ontstaan. Wat zijn de risico’s in jouw werkomgeving? Vraag ernaar bij de BHV’er of de preventiemedewerker. Denk wat betreft brand aan plaatsen waar wordt gerookt, het gebruik van brandgevaarlijke materialen, koken, elektra etc.

Ken je cliënt en zijn omgeving

Een bijzonder aspect is de mogelijkheid van gewilde of ongewilde brandstichting door cliënten of derden. Om dat risico in kaart te brengen, heb je met je team risicoprofielen bepaald. Is dat nog niet gedaan? Breng dan voor jezelf of met je team in kaart welke risico’s van cliënten en hun omgeving te verwachten zijn. Maak hier een gewoonte van bij nieuwe cliënten. Hiervoor kun je het infoblad Risicoprofielen cliënt of patiënt gebruiken.

Scherp blijven

Het is niet haalbaar om je op ieder moment bewust te zijn van brandveiligheid. In de dagelijkse gang van zaken valt niet alles altijd op. Daarom is het nodig om gepland bij brandveiligheid stil te staan. Dat kun je voor jezelf doen, met cliënten of met je team. Zet het in je agenda of agendeer het in het overleg.

Afspraken maken en bewaken

Heb je het idee dat het huis op orde is wat betreft brandveiligheid? Of zie je soms zaken die een risico op brand kunnen opleveren? En als je die ziet, bespreek je dat dan met de ander(en)? Welke cultuur hebben jullie daarin? Bekijk hoe je met elkaar zorgt dat afspraken helpend zijn en vaak volstaat het dan om te benoemen dat je iets ‘afwijkends’ ziet. Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.

Samenhang zoeken

Of er een incident met nare gevolgen plaatsvindt wordt bepaald door preventie en door doeltreffende reacties als er een ongewenste situatie ontstaat. Brand is een van de noodsituaties die kan optreden. Maar er zijn ook andere incidenten denkbaar: agressie, verwonding, infecties, blootstelling aan gevaarlijke stoffen, je verbranden. Probeer de risico’s op incidenten in samenhang aan te pakken. Richt je op voorkomen en bekijk wie welke actie onderneemt er iets misgaat.

Bewust van de risico’s

In de RI&E (Risico-Inventarisatie & -Evaluatie) en in het bedrijfsnoodplan/BHV-plan heeft de organisatie in kaart gebracht welke noodsituaties kunnen ontstaan. Wat zijn de risico’s in de werkomgeving van het team? Zorg dat je hierover afstemming met elkaar zoekt, zodat je er op dezelfde manier naar kijkt. Dat bereik je door samen de risico’s te bespreken. Vraag de BHV’er of de preventiemedewerker. Denk wat betreft brand aan plaatsen waar wordt gerookt, het gebruik van brandgevaarlijke materialen, koken, elektrische apparaten etc. (zie download ‘BHV-bespreekpunten voor het team’).

Ken je cliënt en zijn omgeving

Een bijzonder aspect is de mogelijkheid van gewilde of ongewilde brandstichting door cliënten of derden. Je bepaalt als team de risicoprofielen, zodat je de risico’s kent en weet welke maatregelen nodig zijn. Bespreek het risicoprofiel regelmatig met elkaar en maak van nieuwe cliënten ook een profiel. Gebruik hiervoor het infoblad Risicoprofielen cliënt of patiënt.

Afspraken maken en bewaken

Eenvoud en duidelijkheid helpen om veiliger te werken. Afspraken over hoe je het huis op orde houdt voorkomen dat er ongemerkt een risico ontstaat. Denk aan afspraken over roken, opruimen van brandbaar materiaal, gebruik van kaarslicht en alle andere onderwerpen die je bij de risico-inventarisatie in beeld hebt gekregen. Maak de afspraken samen en maak ook de afspraak dat je het benoemt als je iets ziet dat niet binnen de afgesproken kaders past. Wees blij met aanspreken op! Het is natuurlijk ook gewenst dat je het benoemt als je iemand het juist goed ziet doen. Geniet van de rust van de duidelijkheid van een gezamenlijke ‘norm’.

Alert blijven

Hoe zorg je dat iedereen zich voldoende bewust blijft van de risico’s, naast alle andere zaken die aandacht vragen in het dagelijks werkproces? Hoe verantwoordelijk je je ook voelt, dat gaat niet vanzelf. Aan de andere kant is er ook niet veel voor nodig. Dat gebeurt als het goed is voor een deel al automatisch: nieuwe medewerkers, nieuwe cliënten en incidenten zorgen ervoor dat er aandacht gegeven wordt aan risico’s. Toch is het goed hier ook een structuur voor aan te houden, bijvoorbeeld door gepland een veiligheidsronde te doen en brandveiligheid op de agenda van het teamoverleg te zetten.

Een brede en integrale benadering

Bedrijfshulpverlening (BHV) is een verplicht onderdeel van de Arbozorg. Doeltreffend werken aan ‘echte’ veiligheid bereik je door een brede en integrale benadering Brancheorganisaties Zorg – waar ook GGZ Nederland deel van uitmaakt – en Brandweer Nederland stimuleren met het programma De Zorg Brandveilig een risicogestuurde aanpak van brandveiligheid.

De volgende punten zijn belangrijk om ten minste te regelen:

  • Risico-analyse: aan welke risico’s moeten we denken? Brand, gaslekkage, ongevallen/verwondingen, vergiftiging, agressie en geweld, prikaccidenten, uitbraak van besmettelijke ziektes, stroomuitval, noodweer, overstroming? Hoe realistisch is het dat ons dat overkomt? Kijk naar alle te verwachten risico’s en risicofactoren die samenhangen met het ontstaan en de effecten van brand en vertaal die naar eigen beleid en maatregelen op bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch vlak. Kijk ook naar het gebruik van het gebouw, waarbij cliënt-/patiëntkenmerken en -gedrag, medewerkers, andere aanwezigen en de omgeving belangrijke factoren zijn.
  • Beoordelen van de beheersmaatregelen: Hoe groter de samenhang tussen de maatregelen, hoe kleiner het risico op brandgevaarlijke situaties en de gevolgen daarvan. In het Stuurwiel Risicogestuurde Brandveiligheid is de samenhang tussen risicogebieden en maatregelen weergegeven. Het stuurwiel bestaat uit:
    • Gebouw en inventaris (brandveilige inrichting)
    • Techniek en installatie (voorzieningen voor risicobeheersing/-bestrijding)
    • Omgeving en derden (risico- en hulpperspectief)
    • Cliënten/patiënt (veroorzaken en gedrag bij een incident)
    • Medewerkers (voorkomen en beheersen van risico’s door veilig gedrag)
    • Organisatie en beleid (visie en sturing op factoren die risico’s tegengaan en bij incidenten schade beperken)
  • Maatregelen op het gebied van organisatie en beleid:
    • Maak noodscenario’s: bedenk wat er gebeurt in noodsituaties.
    • Maak brandveiligheidsvoorschriften voor de organisatie.
    • Maak een bedrijfsnoodplan met als onderdeel het BHV-plan.

Preventie en beheersing

Doordachte preventie maakt de noodzaak en de omvang van de noodmaatregelen veel minder. Een gebouw dat branddetectie heeft en goed gescheiden is in brand- en rookcompartimenten, vraagt bijvoorbeeld minder zware BHV-bezetting. Immers, je ontdekt de brand eerder en de brand en rook verspreiden zich minder snel, dus is er meer tijd om eventueel te ontruimen.