Gezond en veilig werken
De arbocatalogus van de GGZ

BHV oefenen

Hoe goed er ook nagedacht is over wat te doen in noodsituaties, telkens weer blijkt de praktijk anders uit te pakken dan je had bedacht. Zo snel mogelijk kunnen handelen in noodsituaties is cruciaal. Om doeltreffend te zijn is oefenen van noodsituaties essentieel. Daar zijn vele mogelijkheden voor.

Tips bij het oefenen

Bij nood zijn de eerste minuten cruciaal. De hulp van anderen is nog niet ter plekke. In een noodsituatie moet je op de automatische piloot de juiste dingen doen. Weten is één, maar doen is twee. Daarom is het belangrijk te oefenen. Dat kan uiteraard met een door de BHV’ers georganiseerde oefening, maar je kunt zelf ook ‘droog’ oefenen. Hieronder vind je praktische tips voor het trainen van je vaardigheden (ook bruikbaar voor BHV’ers).

  • Train in gedachten. Om klaar te zijn voor snelle actie in noodsituaties is het zaak er van tijd tot tijd bij stil te staan wat je zou doen als… Door je een situatie voor de geest te halen en na te gaan wat jij dan zou doen, train je jezelf. Bekijk daarna de calamiteiteninstructie of het formulier ‘in geval van nood’.
  • Oefen ook samen. Het bovenstaande gedachtenexperiment is ook een leuke oefening om met een collega of het team een keer door te nemen. Nodig hen uit. Zie tabblad ‘team’.
  • Cliënten zijn een belangrijk onderdeel. Hoe iemand reageert op een noodsituatie is niet altijd te voorspellen. Dat geldt ook voor jouw cliënten. De één is mogelijk heel behulpzaam in noodsituaties en aan de ander heb je de handen vol. Krijg daar gevoel bij door ook hen te betrekken in het oefenen.
  • Ken je samenwerkingspartners. In nood reken je op jouw collega’s, op de BHV’ers, op hulpdiensten en misschien ook op de buren met wie je afspraken hebt gemaakt over assistentie bij nood. Er is altijd een drempel om hulp te vragen en soms ook om hulp te bieden. Als je elkaar kent, werkt dat beter. Zoek dus van tijd tot tijd contact met degene(n) op wie je bij nood vertrouwt.
  • Neem de proef op de som. Bel bij wijze van proef eens met een BHV’er die jou in noodsituaties moet ondersteunen. Werkt het, of merk je dat je in de praktijk toch dingen vergeet? Ervaar je een drempel om dit te doen, hoe moet het dan in echte noodsituaties?

Tips bij het oefenen

Bij nood zijn de eerste minuten cruciaal. De hulp van anderen is nog niet ter plekke. In een noodsituatie moet je op de automatische piloot de juiste dingen doen. Weten is één, maar doen is twee. Zeker als je dat ook afgestemd met anderen moet doen. Daarom is het belangrijk te oefenen. Dat kan uiteraard met een door de BHV’ers georganiseerde oefening, maar je kunt ook ‘droog’ oefenen met het team en cliënten. Het hoeft echt niet veel tijd te kosten en het is de enige manier om echt voorbereid te zijn. Hieronder vind je praktische tips en tools voor het trainen van de BHV-vaardigheden op teamniveau.

Droog oefenen

Neem het BHV-plan en bijbehorende instructies door en bespreek dit met de BHV’er en het team.

Table-top-oefening

Bij een table-top-oefening leg je de plattegrond op tafel en bekijkt met elkaar een aantal scenario’s. Daarbij wordt op tafel ‘uitgespeeld’ welke stappen de teamleden zetten bij de noodsituatie.

Ontruimingsoefening

Een echte ontruimingsoefening kun je als team zelf organiseren, maar er kleven de nodige risico’s aan. Het verdient aanbeveling dit met de BHV’ers op te zetten. Een ontruimingsoefening kun je in diverse varianten en formaten uitvoeren. Bedenk goed wat je wilt uittesten en wie je daarbij wilt betrekken.

Betrek cliënten bij het oefenen

Cliënten spelen een belangrijke rol bij noodsituaties. Dat kan zowel helpend zijn als een extra belasting. Kom erachter door ze te betrekken in oefeningen.

Samenwerken bij BHV oefenen

Als je bij nood afhankelijk bent van derden dan wil je zekerheid dat je op hen kunt vertrouwen. Dan is het zeker goed om regelmatig samen een oefening te doen zodat je elkaar goed kent en het samenwerken kunt leren.

Bedenk vooraf hoe je leert

Zorg dat bij iedere oefening vooraf is afgesproken wie observaties doet en wat de observatiepunten zijn, zodat je ook echt stuurt op het leren en verbeteren. Vermijd het veroordelen van ‘fouten’ die gemaakt worden: daar oefen je voor! Onderzoek wat maakt dat iemand iets doet.

Risico bij oefenen

Bedenk vooraf goed hoe je veiligheid ook tijdens de oefening waarborgt. Wat kan er misgaan? En als er echt iets misgaat, hoe laat je elkaar dan direct weten dat dit geen oefening meer is?

Invulling BHV-plan

Bij nood zijn de eerste minuten cruciaal. De hulp van anderen is nog niet ter plekke. In een noodsituatie moet je op de automatische piloot de juiste dingen doen. Weten is één, maar doen is twee. Zeker als je dat ook afgestemd met anderen moet doen. Daarom is het nodig te oefenen. Dat kan uiteraard met een door BHV’ers georganiseerde oefening, maar er zijn allerlei andere varianten denkbaar. Neem in het BHV-plan op hoe binnen de diverse organisatieonderdelen oefenen wordt ingevuld om de kwaliteit te borgen.

Opbouwen van het niveau van de oefening

Oefeningen kennen een aantal fasen:

  1. Weten hoe het zit (instructie: de voorzieningen kennen en de afspraken (BHV-procedures)kennen).
  2. Weten hoe je samenwerkt (bespreken van de rollen en overtuigingen)
  3. Droog oefenen om het praktisch te maken (bijv. table-top)
  4. Oefenen met direct betrokkenen (samenwerken, rolverdeling ervaren)
  5. Oefenen met derden met wie je samenwerkt
  6. Oefenen met cliënten en bezoekers
  7. Onaangekondigd oefenen

Bedenk vooraf wat je wilt bereiken met de oefening en maak de opzet samen met degenen die het ondergaan. In tabblad ‘Team’ vind je enkele voorbeelden.

Waar en hoe vaak oefenen

Oefenen kost tijd (overigens vaak veel minder dan je denkt). Je wilt dit qua belasting efficiënt houden. Maar het kan ook leuk zijn! Weeg hoe vaak (en welke) oefeningen je wilt doen op basis van:

  • Risico: de kans op incidenten en de mogelijke omvang van de schade
  • Complexiteit: meer betrokkenen en samenwerking tussen mensen die elkaar niet goed kennen (derden, teamoverstijgend)
  • Kwetsbaarheid: naarmate de BHV minder ‘specialist’ is, is oefenen meer nodig. Als medewerker er snel ‘alleen’ voor staat, dan ook.

Bedenk vooraf hoe je leert

Zorg dat bij iedere oefening vooraf is afgesproken wie observaties doet en wat de observatiepunten zijn, zodat je ook echt stuurt op het leren en verbeteren. Vermijd het veroordelen van ‘fouten’ die gemaakt worden: daar oefen je voor! Kom erachter waardoor iemand doet wat hij doet.

Risico bij oefenen

Bedenk vooraf goed hoe je ook tijdens de oefening de veiligheid waarborgt. Wat kan er misgaan? En als er echt iets misgaat, hoe laat je elkaar dan direct weten dat dit geen oefening meer is?